Laten we spelen 2000

Laten we Spelen! .... Hare Bapaleng!

"Ja" zeggen is de kracht van het improviseren. Ja zeggen zonder te weten wat je precies te wachten staat. "Ja" was dan ook het antwoord dat Marijn gaf toen hem begin 2000 werd gevraagd of hij naar Johannesburg wilde komen om een aantal workshops te geven aan The Improvisation Company at The Market Theatre Laboratory. "Ja" was ook het antwoord van Leon, Riska en Marihuela, toen Marijn ze vroeg om mee te gaan. Geen van vieren wisten we wat ons precies te wachten stond. En dat was veel, te veel om in het korte bestek van dit boekje te vertellen. Toch willen we een korte impressie geven.

Eigenlijk was het drie jaar eerder begonnen. The Improvisation Company at the Market Theatre Laboratory kwam in 1997 naar Nederland voor het Internationaal Improvisatie Theater Festival dat Theatersport Vereniging Amsterdam (TVA) jaarlijks organiseert. Daar maakten de Zuid Afrikaanse acteurs kennis met Abracadabra, improvisatie voor en met kinderen. De workshop improvisatie die de acteurs van het Lab tijdens het festival volgde maakte zoveel indruk op ze dat ze, terug in Johannesburg, besloten iedere week een voorstelling voor en met kinderen te geven. Als naam kozen ze "Hare Bapaleng!", (Laten we spelen!). Na twee jaar spelen was het Lab toe aan nieuwe inspiratie en benaderde Marijn.

Ja zeggen is één, het organiseren van een trip en een trainingsprogramma is een tweede. Hoe komen we aan het benodigde geld? hoe bereiken we acteurs van andere gezelschappen? aan welke oefeningen is behoefte? hoe speel je voor kinderen met een andere taal? en tal van andere vragen borrelden op. We schreven een plan en stuurden dat naar financiers. Een bezoek aan de Zuid-Afrikaanse ambassadeur in Nederland, Carl Niehaus, sterkte ons in het vertrouwen dat het zou lukken. Niehaus was direct enthousiast, benadrukte het belang van 'spelen' voor de kinderen en kwam zelf met ideeën. Toen de Paul Tensen Stichting ons een eerste bedrag toezegde kwam alles in een stroomversnelling. De Nederlandse Ambassade in Pretoria maakte met een fiks bedrag onze reis mogelijk en bijdragen van Stichting RC Het Maagdenhuis, Stichting 1913 en Fonds voor de Amateurkunst gaven de speelruimte om echt iets 'neer te zetten'.

Toen begon het pas echt. Hoe goed de voorbereiding ook was, het uiteindelijke programma kwam in Zuid Afrika tot stand. Marijn ging begin april naar Johannesburg, maakte er afspraken met het Lab, legde contacten met andere theatergroepen en acteurs, ziekenhuizen en de gevangenis van Leeuwkop. Toen Leon, Riska en Marihuela aankwamen troffen ze een geheel nieuw programma en een enthousiast ontvangst.

In drie weken trokken we, begeleid door een gids annex tolk van het Lab, naar verschillende townships. In totaal gaven we zo'n 15 langere en kortere workshops aan theatergroepen, aan kinderen en aan gedetineerden in de gevangenis. Bij de langste van twee dagen hadden we volop de ruimte om tot verdieping en interactie te komen; de kortste van amper een uur was net voldoende om de spelers voor te bereiden op de voorstelling. Samen met de Zuidafrikaanse acteurs speelden we voorstellingen, waarbij de publieke belangstelling varieerde van 15 tot meer dan 500 kinderen. Bij onze wandelingen door de townships op weg naar de speelplek riepen we het beeld op van de rattenvanger van Hamelen met een lange sliert luid joelende en zingende kinderen achter ons aan. En ook de spontaniteit tijdens de voorstelling was meer dan hartverwarmend. We waren diep onder de indruk bij onze ontmoetingen met theatergroepen. Veel scholieren en jonge acteurs komen in schamele gebouwtjes of in de openlucht bij elkaar om te spelen. In een van de townships, Natalspruit, speelde een groep van zo'n dertig jonge mensen en kinderen op het erf en in de schuur van een oude vrouw. De vrouw, door ons Supergranny genoemd, doet dit al jaren met hart en ziel zonder erkenning van officiële instanties en zonder een compliment te willen aanvaarden. Zo hoopt ze te voorkomen dat de kinderen in de criminaliteit belanden. Die criminaliteit is een thema dat in de eigen toneelstukken en in de improvisaties keer op keer terugkomt. In de onveilige wijk Hillbrow spelen de jonge acteurs bijvoorbeeld een stuk over corrupt politieoptreden en in de Leeuwkopgevangenis spelen de gevangenen speciaal voor ons een stuk over een leven vol verkrachtingen en ander geweld. Het geven van workshops aan jonge delinquenten in de gevangenis was een indringende ervaring. Geen moment hebben we ons hier onveilig gevoeld. In tegendeel, we zijn gesterkt in de overtuiging dat improvisatietheater, het je kwetsbaar op durven stellen, binnen de gevangenismuren een zeer heilzame werking kan hebben.

Hoe sterk het dagelijks leven getekend is door geweld blijkt tijdens het afsluitende festival op de laatste dag. In de wijk Alexandra komen veel van de spelers bijeen voor workshops en voor de middag is een kindervoorstelling gepland. Op de dag zelf breken rondom het terrein van het festival zware rellen uit en gewapende gevechten tussen jongeren en de politie. Afblazen van de voorstelling is niet meer mogelijk en terwijl de voorstelling plaatsvindt in een amfitheater in de openlucht, wordt rondom het terrein hoorbaar gevochten. Dan blijkt ook de kracht van theater. De kinderen blijven geboeid kijken naar de voorstelling en als vechtende jongeren het terrein op komen, dreigt er onrust. Maar het enthousiasme en het spelplezier van de kinderen blijken het onmogelijke te bewerkstelligen. De studenten komen helemaal tot bedaren en transformeren zich tot geïnteresseerde toeschouwers. Spel blijkt sterker dan agressie en iedereen geniet. De lokale krant verwoordde het de volgende dag treffend: "Tussen alle geweld was er de fantasie voor stralende kinderen".

Laten we spelen! ... Hare Bapaleng!

Marijn: "Ze vergaten hun situatie"

Ik heb zelden zoveel gedreven mensen gezien. Mensen die (soms) tegen beter weten in hun stad en hun land proberen op te bouwen. Met name in Hillbrow, een wijk met veel criminaliteit in het centrum van Johannesburg, hebben de acteurs veel indruk op me gemaakt. Het zijn zelf ex-zwerfjongeren in een wijk waar dagelijks geschoten wordt en kinderen nauwelijks op straat komen. Zij gaan met toneel het gevecht aan met de gevestigde orde en spelen toneelstukken over crimineel gedrag van de politie. Het spelen met kinderen is voor hun een extraatje geweest.

Er kwamen sowieso heel veel zware thema's boven, vooral toen ik er de eerste maand alleen was. Ik deed workshops zodanig dat de veilige sfeer er voor kon zorgen dat diegenen met een laag zelfbeeld het gevoel kregen dat ze zich toch konden uiten. Ze merkten dat iedere speler sterke punten heeft, zodat ze konden groeien.

Bij improvisatieoefeningen vergaten ze soms hun huidige situatie en vertelden verhalen over traumatische ervaringen. In de tweede maand met zijn vieren werd dat minder, misschien omdat we zoveel plezier uitstraalden.

Het meest indrukwekkend was voor mij een jongetje dat door zijn ouders, die verslaafd waren aan alcohol en drugs, de straat op werd gestuurd voor geld en nauwelijks naar school ging. Hij ging iedere week naar het Market Theatre, naar Hare Bapaleng. Hij hoorde bij de groep kinderen die door de spelers werd genegeerd. Ik liet hem wél meespelen en als ik er was straalde hij enorm. Het deed me pijn dat hij de laatste dag van zijn ouders niet mocht komen. Hij praatte teveel over 'Phondo', mijn bijnaam toen ik daar was.
Door het spelen met en voor kinderen een muntje gevallen. Mijn ervaring, in de horeca, de b- en trauma-verpleegkunde en het theater, kwam bij elkaar. Ook voor de spelers daar. In Ga-rankuwa zei een van de speelsters toen we een voorstelling hadden gegeven voor meer dan 500 kinderen: 'wat een kracht komt vrij als je met kinderen speelt'. En ook mensen uit Alexandra noemden het 'hun roeping'.

Tijdens de laatste dag van dit project werd er door ons een workshop georganisseerd voor alle groepen die deelgenoemen hadden . Deze workshop werd in de township "Alexandra" gehouden. De zelfde dag brak er een enorme rel uit tuusen politie en studenten. Tijdens deze rel ging ons optreden voor de kinderen gewoon door. Juist omdat we vonden dat deze kinderen in moeilijk tijden plezier en humor nodig hebben. De journalist die langs kwam stond versteld van dit enorme contrast. zie krant hier boven. Marijn Vissers werd door hem geintervieuwd .

Soweto Krant - Klein
Klik op de foto voor een vergroting

Zuid-Afrikaanse reacties: "Een uitgestoken hand"

En dan zijn we weer terug in Nederland, vol van ervaringen, momenten die ons geraakt hebben, beelden van plaatsen en mensen met wie we in ruim een maand een band hebben opgebouwd. Vol van deze herinneringen beseffen we dat het niet daarvoor was dat we de reis hebben gemaakt. We gingen met een doel, met een missie: trainen van acteurs en kinderen en spelen van voorstellingen voor en met (zwerf)kinderen in Johannesburg.

Wie kan beter beoordelen of de missie is geslaagd dan de mensen met wie we gewerkt hebben? Na het afsluitende festival spraken enkele reacties boekdelen. "Nu hebben we gezien wat het kan betekenen om met kinderen te werken; laten we doorgaan." en "Laten we elkaar opzoeken en verder ontwikkelen wat ons nu is geleerd ook al zijn deze witten straks weg."
Een van de managers van The Improvisation Company at the Market Theatre Laboratory zei als afscheid: "Jullie hebben een hoop positieve energie gebracht, het is nu aan ons om ermee
verder te gaan."

Lindiwe, de tolk en gids die twee maanden met de groep is opgetrokken, schreef in een brief achteraf: "Ik denk dat jullie moeten terugkomen omdat we samen een uitgestoken hand hebben kunnen bieden, met name aan de minder bevoorrechten."
En Jacob Mokoena, leider van een gezelschap uit Soweto, benadrukt in zijn brief een moeilijk tastbaar effect op zijn jonge acteurs: "Ze hebben niet alleen nieuwe spelvormen geleerd, maar ook nieuw zelfvertrouwen gekregen."

En uiteindelijk waren er de blije gezichten van de kinderen, een bewijs dat het theater dat wij ze brachten ze even de ellende van alledag deed vergeten. Hun uitbundige deelname en de volle overgave waarmee ze met de voorstellingen meespeelden voelden als ons grootste succes. Een succes dat om herhaling vraagt!

Spelvormen

Tijdens de workshops is met verschillende spelvormen gewerkt. Daarbij natuurlijk succesnummers, die op een gulle lach konden rekenen. Zowel de kinderen als de volwassen acteurs waren heel gevoelig voor vormen waarin met verschillen in status werd gewerkt: politie en boef, koning en dienaar, baas en knecht.

Gekke Bekken - Een nare koning(in) zit in het midden met twee bedienden aan weerszijden van haar. De koning(in) stelt vragen over het werk dat gedaan moet worden en geeft opdrachten. Als de koning in gesprek is met bediende A, trekt bediende B gekke gezichten. Hoe goed hij ook zijn best doet om niet betrapt te worden, de koning ziet het en kan de bediende ontslaan als een antwoord of bepaald gedrag hem niet bevalt. Een nieuw kind neemt de opengevallen plaats in.

De Held - De (volwassen) acteurs spelen een scène en een kind mag een van de rollen spelen. Een van de acteurs heeft een probleem en het kind lost dit op en wordt zo de held van het stuk. De acteur is altijd minder slim dan de held en de tegenspeler valt al snel om als de held hem of haar een duwtje geeft.

Armen Door - Er vindt een interview plaats met iemand die ergens heel veel van weet. Deze deskundige wordt gespeeld door een kind; achter hem of haar zit iemand die zijn armen 'leent'. Zo krijgt het kind grote mensenarmen die niet altijd doen wat hij of zij verwacht.

Eén scène - drie dieren - De spelers spelen een korte scène die door een speler aan de kant wordt gestopt. Ze vragen aan het publiek drie verschillende dieren. De zelfde scène wordt daarna nog drie keer gespeeld, waarin de spelers als de genoemde dieren spelen.

Colofon

Laten we spelen! vond plaats in de maanden april en mei 2000 in (de townships van) Johannesburg, Zuid Afrika, het Johannesburg General Hospital, Barragwanath Hospital en Leeuwkop Prison.

Deelnemende acteursgezelschappen:

  • The Improvisation Company at The Market Theatre Laboratory
  • Alex Theatre Company, Alexandra
  • Hillbrow Community Theatre Group
  • Whistlers Art Project Natalspruit
  • Thulani Didi Soweto
  • Jakob Mokweni and his group in Dobsonville Soweto
  • Ali Shonuwe and his group in Ka-Nyamazane
  • Soulful and Spiritual Theatrical Dramagroup Ga-Rankuwa

Laten we spelen! was mogelijk door financiële bijdragen van:

  • Paul Tensenstichting
  • Nederlandse Ambassade Pretoria
  • Fonds voor de Amateurkunst
  • Stichting 1913
  • Stichting RC Het Maagdenhuis

Tekst brochure: Jos van der Schot -januari 2001

Laten we spelen 2002