Laten we spelen 2002

Inleiding

In 2000 hebben wij via contacten met the Laboratory at the Market Theatre in Johannesburg een bezoek gebracht aan Zuid-Afrika. We hebben vier weken lang groepen jonge acteurs in townships rond Johannesburg en Nelspruit getraind om improvisatievoorstellingen met kinderen te spelen. In totaal hebben we toen met acht groepen gewerkt, variërend van enkele uren tot enkele dagen. We hebben ons bezoek afgesloten met een festival voor alle groepen in Alexandra.

Wij waren erg tevreden over het resultaat van ons project. We hadden behoorlijk wat groepen bereikt en enthousiast gemaakt voor het spelen van improvisatievoorstellingen met kinderen. De vraag was voor ons of ze er iets mee zouden doen. We hadden de indruk dat we veel hadden losgemaakt, maar toch nog te weinig houvast hadden geboden voor de groepen om er echt mee door te gaan. Bij een vervolgproject - zo besloten we unaniem - zouden we ons moeten beperken tot een kleiner aantal groepen, die we intensiever zouden kunnen trainen.

De aanzet voor een vervolgproject kwam in eerste instantie vanuit de stichting AfroVibes. Deze stichting staat voor het aanhalen en uitwisselen van verschillende kunstdisciplines tussen Nederland en Zuid-Afrika. Door ons project hadden we kennis gemaakt met Raymond Vuyo Matinyata, zanger, danser en oprichter van de stichting. Hij was erg onder de indruk van wat wij hadden gedaan in 2000 en vond het belangrijk dat wij onze ervaringen zouden delen met publiek van het AfroVibes-festival van 2001. Dit hebben we gedaan samen met Lindiwe Ndlovu (die speciaal vanuit Zuid Afrika was uitgenodigd vanwege haar betrokkenheid bij ons project).
Raymond wilde graag met ons een project opzetten in Nelson Mandela Township (Nemato) bij Port Alfred, in de provincie East Cape. Zijn motivatie hiervoor was dat in deze streek (zijn geboortestreek) zo weinig middelen voor cultuur ter beschikking waren, dat er - zeker voor jongeren - niets te doen was. Dat leidde tot verveling, drankgebruik en criminaliteit. We spraken met Raymond af dat we mee wilden doen en dat we de gelegenheid aan zouden grijpen om de banden aan te halen met de groepen die we in 2000 hadden getraind. We hadden tussentijds nog het meest contact met twee groepen in Soweto, namelijk Soweto Youth Drama Society (SYDS) en Positive Arts Society (PAS). Toen duidelijk werd dat we misschien naar Zuid-Afrika wilden komen, meldden beide groepen zich meteen met de vraag of we hen een vervolgtraining wilde geven. Dat wilden we uiteraard graag.

In november 2001 overleed Raymond Matinyata onverwacht (zie bijlage 1). Zijn dood schokte iedereen, maar was tegelijkertijd voor ons een extra reden om naar Zuid-Afrika te gaan. We legden intensief contact met Peter Ngwenya en Jacob Mokoena van SYDS, die voor ons het voorbereidende werk in Zuid-Afrika verzorgden. Zelf benaderden we in Nederland fondsen, maar de respons was helaas minder dan in 2000 en onvoldoende om ons project geheel te financieren. Desalniettemin stapten we op 30 juni in het vliegtuig naar Johannesburg, waar we de volgende dag aankwamen en werden ontvangen door Peter Ngwenya. Peter heeft ons het eerste dagen van ons verblijf in Zuid-Afrika gastvrij in zijn huis opgenomen en was gedurende ons verblijf in Soweto onze steun en toeverlaat. Jacob heeft ons ter plekke elke dag begeleid.

We hebben de eerste week met de twee groepen in Soweto gewerkt. We werden vol enthousiasme ontvangen, zeker door de mensen die ons nog kenden van twee jaar geleden. Aan het eind van de eerste week zijn we in drie dagen per auto naar Port Alfred gereisd. Daar hebben we drie volle dagen gewerkt. Vervolgens zijn we in drie dagen teruggereisd om de laatste volle week weer met de groepen in Soweto te werken.

1. Soweto, Soweto Youth Drama Society (SYDS)

De groep

SYDS is vijftien jaar geleden opgericht door regisseur Peter Ngwenya als antwoord op de onderdrukking van jonge zwarte Zuid-Afrikanen. SYDS gebruikt theater om maatschappelijke onderwerpen aan de kaak te stellen zoals racisme, sexisme, HIV/AIDS, criminaliteit, mishandeling etc. (zie bijlage 2). De door Peter Ngwenya geproduceerde voorstelling "Let's talk about it" heeft het omgaan met AIDS als thema.

Wij hebben twee weken intensief gewerkt met de zeven spelers die "Let's talk about it" op de planken brengen. Vier van hen zijn vaste spelers en drie zijn stand-ins. Ze spelen al drie jaar samen dezelfde voorstelling op scholen. Na de voorstelling praten de acteurs met de scholieren na over het onderwerp.
De groep (vijf jongens, twee meiden) ziet elkaar dagelijks als collega's of vrienden. Er zijn incidenteel repetities, die vooral zijn gericht op het spelen van de voorstelling. Er is weinig aandacht voor technieken, vaardigheden of impulsen om nieuwe dingen te ontwikkelen.

Riska en Marihuela hadden, vanuit hun werk als ziekenhuisclown, al eerder contact gelegd met de Theodora's Children Foundation, een organisatie die gelijksoortig werk ondersteunt in Zuid-Afrika. Tijdens de voorstellingen heeft Garth Flatfoot, zelf ziekenhuisclown, meegekeken of er eventuele "clownsgegadigden" bijzaten. Eén van de spelers, Alcarpone, is benaderd om te reageren. We beschouwen dit als een mooie bijkomstigheid van ons project.

SYDS en kindertheater

SYDS heeft ook een afdeling die zich bezighoudt met het geven van toneellessen aan kinderen in townships. Onze begeleider Jacob Mokoena is de coördinator hiervoor. Met hem zijn we naar twee groepen geweest (White City en Orange Farm), die we ook een workshop hebben gegeven. Voor ons was de ontspannen manier waarop Jacob met de kinderen omging erg leerzaam. Jacob op zijn beurt was erg onder de indruk van de manier waarop wij de kinderen in een voorstellingsvorm lieten meespelen.

De training

In totaal hebben we zes dagdelen gewerkt met improvisatietechnieken, uitmondend in twee improvisatievoorstellingen voor en met kinderen in twee ziekenhuizen. En we hebben een avond uitgetrokken voor een ontmoeting met de theatergroep van Positive Arts Society en een bezoek aan de voorstelling van deze groep, die ook AIDS als thema had.

We zijn begonnen met de basistechnieken van improvisatie. Belangrijke ingrediënten van het improviseren zijn: spelplezier, ja-zeggen, de lol van het falen, laat de ander schitteren, vertrouwen in eigen kunnen.
Improvisatie dwingt spelers om zich kwetsbaar op te stellen. Dat kan alleen als er in de groep een veilige situatie is. We kwamen er al snel achter dat die veiligheid er niet was, ondanks dat de groep elkaar al jaren kent. Er was veel (non-verbaal) commentaar op elkaar, spelers durfden weinig risico te nemen en er bleken veel ongeschreven regels te bestaan. We zijn begonnen met oefeningen waar het durven falen aan de orde kwam. We hebben ook veel aandacht besteed aan clownerie, omdat daarin fouten maken, incasseren en durven delen met je publiek centraal staan. Het gaat bij de clown niet alleen om het delen van je succes, maar ook van je mislukking. Uiteindelijk kwamen we toe aan het aanleren van een aantal spelvormen die veel gebruikt worden in improvisatievoorstellingen voor en met kinderen. Alle dagdelen stonden verder in het teken van vertrouwen. De spelers waren alert en vaak op hun hoede, maar zijn ver gekomen in het loslaten van controle en commentaar op elkaar. Een paar spelers kregen echt een 'klik' met de materie en begrepen de essentie. Met name bij deze spelers was hun enthousiasme en spelplezier goed terug te zien tijdens de voorstellingen.

De voorstellingen

We hebben het Baragwanath Hospital in Soweto en het General Hospital in Johannesburg benaderd om een voorstelling te mogen geven voor kinderen daar. Bij deze ziekenhuizen hadden we twee jaar geleden zelf een voorstelling gespeeld en we waren meer dan welkom. Om praktische redenen (niet teveel volwassenen bij de zieke kinderen) hadden we de groep in tweeën gesplitst: Vier spelers speelden in Baragwanath en drie in het General Hospital.

De voorstelling in het Baragwanath verliep erg goed. Er werd goed op eigen initiatief gespeeld en geïmproviseerd. Gezien de omstandigheden - er waren veel kleine en erg zieke kinderen - hebben de spelers een mooie voorstelling neergezet, waarbij ze niet veel ondersteuning van ons nodig hadden. Twee spelers waren na afloop letterlijk niet meer bij de kinderen weg te trekken.
De tweede voorstelling in het General Hospital verliep ook goed, maar de spelers hier waren wat onzekerder en hadden meer begeleiding van ons nodig. Voor beide keren geldt dat de spelers de zieke kinderen en het personeel een goede tijd hebben bezorgd. Ze hebben ook zelf met veel plezier gespeeld. Achteraf waren ze erg enthousiast over de voorstelling, ook omdat ze door het spelen van de voorstelling pas goed begrepen wat improvisatietheater met kinderen echt inhoudt.

2. Soweto: Positive Arts Society

De groep

Positive Arts Society is gevestigd in Phiri in Soweto. De groep is opgericht door Kere Nyawo en Thulani Didi. (Zie bijlage 3).
Bij de start was het doel van de oprichters om mensen met een crimineel verleden theater te leren maken, om ze op die manier uit de handen van justitie te houden en om de omgeving te laten zien dat misdaad niet loont. Hun eerste, zeer succesvolle, stuk "Ola Majita" had het gevangenisleven als thema.

Geleidelijk aan is Positive Arts Society een theateropleidingscentrum geworden waar alle jong volwassenen welkom zijn, ook zonder een crimineel verleden. Positive Arts Society verzorgt trainigen en beschikt over een locatie waar ze voorstellingen presenteren. Er is een grote doorstroming in de groep. Eigenlijk is het de bedoeling dat de studenten hun studie zelf moeten bekostigen. Maar vaak kunnen ze dat niet omdat ze geen vast werk hebben. PAS bemiddelt af en toe om spelers de mogelijkheid te geven om (betaald) te figureren of te spelen in speelfilms. PAS zelf heeft weinig inkomsten.

De groep waarmee we werkten bestond uit circa 15 personen, jongens en meiden tussen de 16 en 25 jaar. We hadden veel bewondering voor de groep. Ze waren erg gedreven en wilden graag wat bereiken met hun spel. Natuurlijk hebben ze de wens om rijk en beroemd te worden, maar tegelijkertijd zijn ze zich bewust van de problemen die zich afspelen in hun township. Enkele studenten geven (onbetaald) dramalessen op basisscholen in de buurt. Met name bij deze mensen was het enthousiasme al direct voelbaar vanaf de eerste workshop die we gaven.

De training

We hebben in het totaal vijf dagen met deze groep gewerkt.
Ook bij deze groep bemerkten we remmingen die het improviseren in de weg kunnen staan, zoals het te weinig durven vertrouwen op de ander. Dit kwam duidelijk naar voren bij een oefening 'blinde begeleiden' (één persoon sluit de ogen en de ander leidt deze persoon door de ruimte, zonder te praten en met minimaal fysiek contact). Deze oefening werd als extreem moeilijk ervaren. Mogelijk hangt dit ook samen met hun dagelijks leven, waarin het heel belangrijk is om goed te zien wat anderen doen. Agressie en geweld zijn in de Zuid-Afrikaanse samenleving immers dingen van elke dag.

De spelers van PAS waren erg leergierig. Een speler vroeg zich hardop af waarom hij zich niet over kon geven aan een ander en wilde dit echt begrijpen. Dit gevoel van onveiligheid en veiligheid speelt ook een belangrijke rol in het spelen met en voor kinderen. Bij de voorstellingen die ze daarna gaven bleef een belangrijk thema: Hoe maak je het voor kinderen veilig om op het toneel te komen.

De voorstellingen

In de tweede week eindigden we elke dag met een voorstelling in hun trainingsruimte. Daar kwamen zo'n 50 kinderen kijken, die zich in de buurt van de oefenruimte ophielden. Dit waren de momenten waarop de groep uitprobeerde wat hen die dag geleerd was. Doordat ze meteen met 'echt' publiek speelden werd het meteen duidelijk wat improviseren met kinderen betekent en wat dit losmaakt bij de kinderen en bij de spelers.
In de tweede week werkten we toe naar het spelen van een voorstelling op een basisschool in de buurt. De groep had op ons initiatief zelf de contacten met de school gelegd en alles geregeld. De hele school kwam kijken (300- 400 kinderen) en de scholieren waren erg enthousiast. De spelers deden de hele voorstelling zelf en hadden nauwelijks instructies van ons nodig. Er werd goed gepresenteerd, het publiek werd lekker opgewarmd en erbij betrokken, er was veel aandacht voor de veiligheid voor de kinderen die meespeelden en er was een goede opbouw van de spanningsboog. Er is veel gelachen met de kinderen, er was veel spelplezier. Wij konden daardoor ontspannen vanaf de zijlijn naar de voorstelling kijken.

Na een dankwoord van het schoolhoofd feliciteerden we de groep met het resultaat en moedigden ze aan om na te denken hoe ze de voorstelling nog meer een eigen gezicht konden geven. "Kopieer ons niet, maak het Afrikaans" gaven we ze mee.

De tweede voorstelling, een dag later, was voor een school van het Leger des Heils. Een school voor kinderen die getraumatiseerd zijn, verwaarloosd, afgestaan en waarvan het merendeel met HIV besmet was. Er waren ook hier ongeveer 300 à 400 kinderen.
De groep begon bij de opwarming met zingen van een lied over HIV-besmetting. Dat dit niet iets is om je over te schamen. De presentatoren hadden hun clownsneus op, die ze kado hadden gekregen van Riska en ze presenteerden de voorstelling als clown. Ze betrokken ook ons en de docenten bij de voorstelling, maar zonder daarbij de kinderen uit het oog te verliezen.

Ze zweepten de kinderen zo erg op, dat we ons afvroegen of ze de boel nog onder controle konden houden. Maar met klappen en zingen brachten ze elke keer de concentratie weer terug. Het werd een echte Afrikaanse voorstelling en wij als trainers leerden op dat moment van onze studenten. Met enige trots mogen we concluderen dat dit de mooiste kindervoorstelling is geworden die we gezien hebben. Een docent zei. "Deze kinderen maken zoveel ellende mee. Het is goed te zien wat humor en plezier met ze doet en niet alleen net de kinderen maar ook met de acteurs. Ik hoop dat ze vaker komen!"

Leren van …

Wij waren erg onder de indruk van PAS en ook van hun stuk, inclusief de sfeer om het stuk heen. Ze spelen het stuk in hun oefenruimte in Soweto. Het decor is een zwart doek. Als we binnenkomen doen de spelers achter het doek een stem warming-up en kunnen we luisteren naar de schitterende stemmen en zangcomposities. De voorstelling is in feite al begonnen voordat het stuk echt begint. De voorstelling eindigt met een lofzang over Nelson Mandela:'Lifetime president', waarbij het hele publiek zich tussen de acteurs mengt. Als alles volgens planning gaat komt het stuk binnenkort uit in het Markettheatre in Johannesburg en zal het hopelijk deze mensen een kans geven om verder te komen. De uitwisseling met PAS was erg inspirerend voor ons. Extra reden om regisseur Thulani Didi te vragen of hij ons ook een workshop wou geven. Dat deed hij met alle plezier. We hebben een ochtend samen met alle spelers van PAS les gehad van Thulani. De les ging over inlevend spelen: Hoe kan je echte gevoelens laten zien op het toneel. Behalve leerzaam, was het vooral ook een leuke ervaring om samen met onze cursisten in emotionele en intieme scènes te spelen.

Let' s talk about it (SYDS)Let' s talk about it, is een voorstelling die gaat over een stel dat onverschillig omgaat met AIDS en hun twee beste vrienden die juist erg bewust omgaan met AIDS. Gedurende de voorstelling maken we kennis met een meisje dat wil feesten en de dag wil plukken. Ze wordt herhaaldelijk gewaarschuwd door haar beste vriendin die bij een organisatie zit die mensen helpt die AIDS hebben. De twee jongens gaan ook tegengesteld met de liefde en sex om. De één heeft vele wisselende contacten, terwijl de ander maar één keer met een meisje geslapen heeft. Uiteindelijk blijkt het stel AIDS te hebben, maar ook degene die maar één keer met iemand geslapen had. Het meisje dat zo gewaarschuwd had, neemt ze uiteindelijk mee naar de organisatie die hulp biedt. Ze eindigen met een vierstemmige waarschuwing richting de scholieren. The dream (PAS)Als het licht aangaat komt hoestend een doodziek meisje boven het zwarte doek uit. Ze ijlt en wordt verzorgd door haar moeder. Daarna worden we meegenomen in de koortsdromen van de zieke. Goed en slecht, God en de Duivel. Schijnheiligheid en prille liefde. Ziekte. Waar komt AIDS vandaan? De Duivel wil met zijn duivelse vrouw opbieden tegen God door het creëren van een gruwelijke ziekte. Hij roept een aantal ziektes bij elkaar en geeft ze de opdracht samen te werken. Als een jong stel de liefde wil gaan bedrijven staan ze hunkerend klaar om ze te besmetten, maar worden tegengehouden door een condoom. Een heldere scène zonder een woord tekst. De scènes worden ondersteund met krachtige zang en strakke choreografie. Dagelijksheid wordt aangestipt; een overval, tippelaars, dienaren van God, Sangoma's, begrafenis van weer een Aids-slachtoffer met telkens weer die humoristische en schrijnende relativering. Wie is hier nou eigenlijk verkeerd

4. Contact tussen de twee groepen

Van de Let's talk about it groep wordt geen organisatorische verantwoordelijkheid verwacht. Dat maakte dat de groep op de momenten dat er iets geregeld moest worden veelal afwachtte. We hebben lunch en transportkosten voor hen betaald tijdens de trainingen, omdat ze dat ook zo gewend zijn. Omdat de groep zo verschilt met de groep van Positive Arts Society, terwijl ze overeenkomstige wensen en doelen hebben, leek een wederzijdse inspiratie voor de hand te liggen. We regelden vervoer en kochten avondeten en waren van harte welkom in het huis van Kere Nyawo van PAS. Er werd gekookt, vuur gemaakt, muziek geluisterd, gegeten en gedanst voordat we naar de voorstelling gingen kijken. De voorstelling van de Positive Arts Society werd door de groep erg goed ontvangen. De regisseurs van beide groepen (Peter Ngwenya en Thulani Didi) besloten contact te leggen en te kijken naar samenwerkingsmogelijkheden.

Met Peter Ngwenya, de regisseur en oprichter van SYDS, hebben we uitgebreid gesproken over hoe het nu kwam dat zijn groep meer moeite had om dingen op te pikken als de groep van PAS. Voor een deel zit dat volgens ons in de manier van werken. De groep van SYDS werkt al heel lang volgens één bepaald stramien. De acteurs gaan vooral routineus te werk. Onze observaties hebben Peter aan het denken gezet over zijn manier van aanpak met dit project. Hij was daar erg dankbaar voor. Peter komt naar Nederland en we blijven contact houden om elkaar te kunnen blijven inspireren.

Onze begeleider Jacob Mokoena heeft in de weken van onze aanwezigheid alle voorstellingen bezocht. Hij is meegeweest naar de improvisatievoorstellingen van Positive Arts Society op de basisschool en op het HIV-centrum. Hij heeft daar contacten gelegd met enkele spelers van Positive Arts Society. De meest enthousiaste spelers, Taki Matamela en Mpho Motaung, zijn met Jacob in gesprek gegaan om samen een groep op te richten die zich speciaal gaat bezighouden met improvisatietheater voor kinderen.

5. Nemato, Port Alfred

De voorbereiding

Na een week te hebben gewerkt in Soweto zijn we drie dagen onderweg geweest om Nelson Mandela-township te bereiken nabij Port Alfred. De reis naar Nemato was een gevolg van onze contacten met Raymond Matinyata (zie Inleiding). Zijn familie woont in het township en er heerst grote armoede, alcoholisme en werkeloosheid. Na het dramatisch overlijden van Raymond in november j.l. besloten we een eer aan hem te bewijzen en te gaan.

Via zijn vriend Jan Blom vonden we een nieuwe contactpersoon in Mpilo Mpati, onderwijzer aan de Nomzamo Senior Secondary School. Het bleek dat we ons project midden in de schoolvakanties hadden gepland, waardoor het voor hem niet mogelijk was om voor ons de kinderen te organiseren. Mogelijk dat we iets met leraren konden doen. We besloten om gewoon naar Port Alfred te gaan en ter plekke te zien wat we konden doen.
Bij aankomst in Nemato werden we allerhartelijkst ontvangen door Raymonds moeder Lilian ('super mama'), onze gastvrouw voor enkele dagen. Ze nodigde meteen de heer Mpati uit, die echter tot zijn en onze spijt weinig voor ons kon betekenen. Raymonds moeder bracht ons daarop in contact met Mahoi, die dirigent was van een koor. Mahoi had eerder met kinderen gewerkt en was bezig om verschillende kunstdisciplines in de township bij elkaar te brengen. Hij werd onze contactpersoon en heeft ons geholpen om alles te regelen.

De trainingen

De ochtend na onze aankomst hebben we luidsprekers op onze auto gezet en zijn we samen met Mahoi het hele township rondgereden om kenbaar te maken dat we workshops zouden geven in het buurthuis, dat deze dag tot onze beschikking stond.
Een groot verschil tussen Nemato en Soweto is, dat in Nemato weinig op het gebied van kunst georganiseerd wordt, terwijl er wel veel animo is. Vandaar dat er 's middags een hele grote groep geïnteresseerden voor onze neus stond. We zijn in twee groepen aan de slag gegaan: Eén workshop voor circa 20 kinderen en één met een steeds groter wordende groep volwassenen (uiteindelijk ruim 30 mensen).

De tweede dag hebben we alleen met volwassenen gewerkt. Omdat het buurthuis bezet was - de ouderen uit het township moesten hier hun maandelijks pensioen gaan halen - konden we terecht in het kerkgebouw. We hebben de groep teruggebracht tot ongeveer 12 personen en zijn dieper ingegaan op spelvormen en technieken. Het gros had geen theaterervaring en geen van de spelers was ooit in aanraking geweest met improvisatietheater. Ze namen de technieken in het begin wat aarzelend tot zich, maar ze waren erg gemotiveerd en leerden snel. Gezien de korte tijd hebben we ons vooral geconcentreerd op het aanleren van enkele spelvormen, die de groep in twee voorstellingen ('s middags en 's avonds) aan het publiek zou laten zien.

De voorstellingen

's Middags bij het spelen van de voorstelling voor kinderen vielen de kwartjes. Het was een
geweldige gebeurtenis. Er waren ongeveer 100 kinderen aanwezig en we zagen hoe de spelers gevoed werden door het enthousiasme van de kinderen.

's Avonds wilden we er een grote voorstelling van maken. Er was een groepje dat graag een mijnwerkersdans wilde laten zien en Mahoi wilde graag de leden van zijn koor optrommelen, zodat we de inwoners van het township een bijzondere culturele avond konden voorschotelen. Helaas gooiden de weergoden roet in het eten. Het begon vreselijk te stormen en te regenen, waardoor er uiteindelijk maar een handjevol mensen de weg naar het buurthuis wist te trotseren. Desalniettemin maakten de spelers er een leuke voorstelling van.

In de zaal zaten ook twee Nederlanders, Klaas en Tineke Speelman, die namens de Christelijke Hogeschool Noord-Nederland (CHN) een bezoek aan Port Alfred brachten. De CHN heeft geholpen bij het opzetten van een hotelschool in Port Alfred. Klaas Speelman was namens de Hogeschool in Port Alfred om te kijken hoe het project liep en te inventariseren of er meer mogelijkheden voor samenwerking waren. Zij hebben in Port Alfred in een oud hotel een plek gecreëerd waar studenten van de Hogeschool hun stages kunnen doen, samen met lokale studenten. Het biedt o.a. werkgelegenheid, maar vooral ook kans op uitwisseling. Ze willen ook projecten in het township door studenten laten opzetten, o.a. ook in Recreatie en Toerisme.

Het 'contract of miracles'

De derde dag, de dag na de voorstellingen, hadden we een meeting met een journaliste van de krant 'Talk of the Town' voor een interview (zie bijlage 4). Wij besloten om hiervoor iedereen uit te nodigen. De groep spelers was er (met z'n tienen), de moeder van Raymond natuurlijk, Klaas en Tineke Speelman. Ook aanwezig was John Hughes, de eigenaar van het hotel en een belangrijke man die qua geld en contacten veel zou kunnen betekenen. Op de een of andere manier zorgde de merkwaardige samenstelling van mensen voor een soort wederzijdse bevruchting. Alles was aanwezig: De ideeën, het geld, de inspiratie, de wil, het talent. De spelers vertelden dat ze wilden proberen om via improvisatie en andere kunstvormen kinderen te bereiken (die doelgroep was volkomen nieuw voor hen) om ze zo van de straat en uit de shebeen (kroeg) te houden. De spelers bleken ineens een echte groep. Ze hadden elkaar van tevoren wel eens gezien en ontmoet, maar op deze manier waren ze nog nooit met elkaar in contact gekomen. Ze waren erg gemotiveerd om samen door te gaan. Ze hadden al een afspraak gemaakt om de volgende dag weer bij elkaar te komen om te trainen. Het meest enthousiast waren Mahoi en Michael. (Mahoi zei hoe verbaasd hij was dat Michael, die hij kende als een heel verlegen jongen, zich zo bevlogen had getoond. Michael beaamde dit). John Hughes gaf aan geld te willen vinden.

Tineke en Klaas Speelman zagen mogelijkheden en aanknopingspunten voor samenwerking op gebied van toerisme en studenten van vrijetijdsstudies in Nederland. We tekenden allemaal een symbolisch 'contract of miracles', waarin we toezegden ernaar te streven onze dromen waar te maken. We lieten voor de groep, naast het 'starterspakket', het boek 'Storytelling for Impro" van improvisatiegoeroe Keith Johnstone achter. Al met al verlieten we na drie dagen vol hoop de township op weg terug naar Johannesburg, na nog een kort bezoek te hebben gebracht aan Raymonds graf. Het was duidelijk dat we wat los hadden gemaakt. Of er wat uit voort zou komen was voor ons toen nog een vraag.

Het starterspakket

Voor iedere groep hadden we als afscheidscadeau een pakketje meegenomen bestaande uit:

  • een boek met spelvormen;
  • ballonnen;
  • een kroontje;
  • een rood omslagkleed.

De ballonnen, het kroontje en het kleed gebruikten we vaak in voorstellingen. Met dit pakket wilden we ze inspireren om vooral door te gaan met voorstellingen voor kinderen.

6. Conclusies en vervolg

Bevindingen

We kijken met een heel goed gevoel terug op Laten we spelen, deel 2. Hoewel de voorbereidingen moeizaam verliepen zijn de resultaten boven verwachting. Meer dan de eerste keer zijn we erin geslaagd om - in samenwerking met de groepen - iets tot stand te brengen waarmee ze verder kunnen. De keuze om met minder groepen werken is goed bevallen. We geloven dat het intensiever contact tot een beter resultaat heeft geleid.

Heel belangrijk is dat we mensen en groepen met elkaar in contact hebben gebracht. Daardoor kunnen ze elkaar beïnvloeden. Maar we hebben ook duidelijk gemerkt dat "vreemde ogen nieuwe dingen zien". Onze komst is belangrijk geweest om patronen te doorbreken en nieuwe wegen te verkennen. We hebben laten zien dat er van alles mogelijk is en de groepen hebben dit opgepikt - ieder op hun eigen wijze. Bij het proberen patronen te doorbreken zijn we gestuit op een merkwaardige 'Afrikaanse' paradox: Aan de ene kant bezitten de spelers de vrijheid en 'schaamteloosheid', die zo belangrijk is in improviseren: Uitbundig en fysiek spel, zich helemaal kunnen laten gaan (iets waar wij westerlingen vaak erg veel moeite mee hebben). Tegelijkertijd is er een enorme angst, die er toe leidt dat men heel erg afwacht en bekijkt wat de anderen doen. Dit leidt tot gecontroleerd spel en angst om te falen. Die angst is logisch, omdat voor veel Zuid-Afrikanen in het dagelijks leven het gevaar op de loer ligt. Technieken die je vragen om je kwetsbaar op te stellen staan haaks op die harde dagelijkse werkelijkheid. Dit betekende dat van ons grote zorgvuldigheid werd gevraagd en het verklaart dat we zo enorm alert zijn geweest op het creëren van veiligheid.

Een belangrijke conclusie voor onszelf is geweest dat het slim is om snel tot een voorstelling met kinderen te komen. Het werkt positief om spelers echt te laten zien en voelen waar het uiteindelijk om gaat: Spelen met kinderen. Bij alle groepen merkten we dat het kwartje viel tijdens de voorstellingen.

Met name de groep van PAS heeft ons geïnspireerd door hun enthousiasme en de eigen vorm die ze aan de voorstellingen gaven. Met een vrijheid, waar wij van kunnen leren. Het maakt ons ook weer duidelijk dat improvisatie aanpasbaar en inpasbaar is in elke cultuur. Ook het interview in Nemato was erg inspirerend en één van de hoogtepunten van ons verblijf.

Wat ons tot slot opviel was dat we twee jaar geleden vaak werden geconfronteerd met thema's rond criminaliteit (Crime don't pay), maar dat deze keer HIV en AIDS belangrijke onderwerpen bleken te zijn. Dit zou ook een aanknopingspunt kunnen zijn in verdere contacten die we hebben.

Het vervolg

Voor het vervolg zien we een aantal mogelijkheden:

1.
Uitbouwen contacten met SYDS en PAS. De samenwerking met deze groepen is (wederzijds) goed bevallen. Wij zijn bereid om de groepen verder te begeleiden en te ondersteunen en om hen te helpen in hun zoektocht naar middelen van bestaan. Het initiatief hiervoor moet komen vanuit de groepen zelf.

2.
Opstarten van een improvisatiegroep die zich richt op kinderen. Jacob, Taki en Mpho hebben aangegeven dat ze een groep willen oprichten die zich gaat bezighouden met kinderimprovisatietheater. Wij zouden het echt geweldig vinden als dat lukt. We willen ze hierbij op alle mogelijke manieren helpen.

3.
In Nemato liggen veel kansen. Met medewerking van de Christelijke Hogeschool en het Ministerie van Cultuur van de East Cape kunnen we veel tot stand brengen. Inmiddels is de minister van Cultuur van de Eastcape met een delegatie bij ons op bezoek geweest om te praten over ons project en wat dat teweeg had gebracht in Port Alfred. De groep daar is aan de hand van het materiaal dat we hebben achtergelaten verder gegaan en heeft inmiddels voorstellingen gegeven op diverse scholen. Het ministerie wil nu een programma op gaan zetten waarbij mensen getraind worden uit verschillende instellingen, die met kinderen te maken hebben. Zij zien daarin voor ons een rol als trainers weggelegd.

4.
Wij kunnen, in samenwerking met de Hogeschool, de kennis leveren, die de groep in Nemato nodig heeft om zich verder te ontwikkelen. Gesprekken hierover zijn gaande.

5.
In Nederland hebben we contact met Borneoco. Zij willen in samenwerking met de Aidsstichting en het Koninklijk Instituut voor de Tropen in december 2003 een cultureel en informatief programma organiseren waarin jongeren en Aids centraal staan. Voor dit festival worden Zuid-Afrikaanse scholieren uitgenodigd, die geïmproviseerde stukken over Aids op het toneel brengen. We zijn betrokken bij de voorbereiding en willen graag kijken of het mogelijk is om onze contacten in Zuid-Afrika hierbij in te zetten.

Het is niet onmogelijk dat zich nog meer kansen aandienen. We hopen in elk geval dat we bij een eventueel vervolg kunnen rekenen op steun van de Nederlandse Ambassade in Zuid-Afrika.

Bijlagen
1. Artikel Raymond Matinyana
2. Soweto Youth Drama Society
3. Positive Arts Society
4. Krantenartikel Talk of the Town

Bijlage 1: Artikel Raymond Matinyana
Bijlage 2: Soweto Youth Drama Society (SYDS)

The Soweto Youth Drama Society was established by playwright director and tutor Peter Ngwenya, myself, in 1987 in response to a political context in which young black South African's voices were being silenced through detention, death and banning. It emerged in Soweto to provide an alternative mechanism through which young people's voices could be heard under a repressive state.

Over its fifteen-year life span it has continued to strive to provide a vehicle through which young people can express, interrogate and grapple with social political issues impacting on their lives. Its vision is of a South African society in which all-young South Africans, in particular those that have been historically disadvantaged by poverty, racism, sexism and other forms of social inequality can realise their full human potential.

SYDS believes that freedom of expression represent a critical part of restoring human dignity and respect and reclaiming young people's rightful role in society. Through arts and drama SYDS envisage that young people's can explore and express themselves and evolve responses to the challenges of the day. Ultimately transformation of South African society can only occur if and when all people, especially its youth are given the space, means and platform, in which silence can be broken and key challenges of the day can be brought to the public centre stage.

SOWETO YOUTH DRAMA SOCIETY is composed of different components: Saturday project: This is the project where satellite project in different parts of SOWETO and ORANGE FARM have been opened. The gist of these satellite project is not only to keep the children off the street and discouraging them to commit acts of crime but mainly it is to hone their skills in the field of performing arts. The project receives its financial support from the Swiss based church organization and individuals in that country.

HIV and AIDS: The project receives it's funding from the Gauteng Health Department and National Development Agency. It is consisting of four young novice actors who receive extensive training in the HIV AIDS from various people and organizations. The play is being performed in schools both high and primary schools in and outside Gauteng. The responses towards the play has been positive. The actors in the play have undergone intensive HIV AIDS and Facilitating training so as to respond to students' questions at the end of the play.

International Cultural Exchange Program: Interacting with international youth theatre organizations and creating plays with them. In the past SYDS has co-produced and co-directed dramas on GENDER EQUALITY and RACISM.
SOWETO YOUTH DRAMA SOCIETY has embarked on a mission to empower young people in the North West Province with acting directing and playwriting skills in collaboration with the North West Department of Education.. A play has been devised and is currently being performed in schools in that Province. The drama is being seen by more that 1000 pupils per day. It specifically addresses the myth around HIV AIDS. In the drama a father who is HIV positive rapes her step daughter. The play also touches on women abuse.
The idea is to leave the North West Education department with a drama that could be performed in schools. The project is funded by Interfund.

Bijlage 3: Positive Arts Society (PAS)
The Positive Art Society was formed in 1992 as Community theatre development school and rehabilitation center for ex-convicts through the Arts. Today the Positive Arts Society serves as National Theatre and films Scouts. We discover, nature and expose up and coming artists.

Theatre Education and Development has been the Motto of Positive Art Society since its inception, conducting free daily classes on weekdays in Drama, Music, Poetry, Street Theatre, Dance, Visual Arts, English for effective performance and script writing. Our students include scholars, theatre enthusiasts, Ex-convicts and community theatre groups. The Positive Arts Society has produced quality actors for both television and the stage.

The Positive Art Society has also been involved with Japanese Television in documentaries about life of Street Kids, the history of Positive Arts Society, Role Models and Community Theatre in South Africa in relation to Crime prevention. In local television the Theatre Development School has done many Anti-crime projects for television programs like, the Electric Workshop, Learn and Read, Point Blank, Felicia Mabuza Suttle Show, plus many educational videos by the center of the study of Violence and Reconciliation.

Our acclaimed Stage Production "HOLA MAJITA" has been educating South Africa about the dangers and hardships of crime since 1994. It has appeared in many theatres around the country and in many festivals.

The Positive Arts Society also run a National yearly projects; namely: "The Theatre Education against Crime Tour". Which its main objectives are Theatre Education, Theatre Development. Audience Development, Anti-Crime Campaign Through Theatre, Rehabilitation and Re-Integration of Ex-convicts.

The year 2000, saw the Positive Arts Society putting more emphasis on rural Theatre Development, Whereby rural artists were brought to Johannesburg for an intensive in-house training in Theatre, Introduction to film acting and film vocabulary. They also conducted acting workshops national,For Dramatist against Crime and Theatre Education against Crime Tour, Including Field-working For the Market Theatre Laboratory schools festival 2000.

Positive Arts Society has been involved in anti-crime campaigns with community structures like Policing forums, Political organizations, Local government, Prisons, and Arts Practitioners.

DIRECTORS : KERE NYAWO / THULANI DIDI

Bijlage 4: Krantenartikel Talk of the town Port Alfred 12 juli 2002

FRESH ARTISTIC BREEZE FOR NEMATO

Laten we spelen 2000